Communicatie

Zolang er legers bestaan, is er de noodzaak om bevelen door te geven.

Tegenwoordig gebeurt dat met radio, telefoon of andere moderne communicatieapparatuur. Vroeger was men op de eenvoudigere middelen aangewezen om berichten over grotere afstanden over te brengen.

Vanaf de middeleeuwen had de klok in kerktorens een zeer belangrijke functie. Het geluid van de grote bronzen klokken kon tot op kilometers afstand gehoord worden.

Waarschuwingen voor naderend onheil of oproep tot feestelijke gebeurtenissen werden via klokgelui aan de omgeving medegedeeld. Wie kent niet meer het lied van de Klokke Roeland met de versregel: "Mijn naam is Roeland, kleppe brand" en "Luidt de storm over Vlaandre land".

 

De kerkklok

Maar ook in onze moderne tijd vervult de kerkklok nog steeds deze historische functie en doet dienst als boodschapper. Niet alleen worden uren, halve uren en kwartieren door klokgelui gemeld, maar ook huwelijk, feestdag, kerkdienst en begrafenis. Natuurlijk was de torenklok totaal ongeschikt als verbindingsmiddel voor mobiele legers. Hiervoor waren lichte instrumenten nodig, maar met de mogelijkheid om over grotere afstand geluid te doen horen. Trommels en signaalhorens waren voor dat doel uiterst geschikt.

Hoe belangrijk de hoornblazer of paukenist wel was in de legers van vroeger, blijkt uit het feit dat de uniformen van deze functionarissen afwijkend van kleur waren vergeleken bij de gewone soldaten. Hun plaats was dicht bij de commandant opdat per hoorn of trom zijn bevel onmiddellijk als signaal over het slagveld kon klinken.

Hoornblazer of trommelslager werd daardoor een gevaarlijke functie, omdat de tegenstander het juist gemunt had op het uitschakelen van de signalist.

 

Muziek en het leger

In de 18e eeuw ontstond naast de signaalfunctie ook een eigen militaire muzikale ontwikkeling. Logisch, want één van de functies van militaire muziek was om soldaten, veelal arme huurlingen, die in kroegen en op straat tegen hun wil waren geronseld, op te wekken om naar het slagveld te gaan. De muziek vervulde daarbij een der oudste pepmiddelen.

Dat zij, die een veldslag als overwinnaars hadden overleefd, dat dan ook wilden vieren, laat zich raden. Een eigen muziek, die daarbij de grootheid van land, volk, eenheid of veldheer verheerlijkte, hoorde daarbij. Veldheren, niet ontdaan van ijdelheid, lieten zich muziek opdragen. Op deze korte marsjes, inspecteerde de commandant zijn privé legertjes of regimenten. deze laatste muziekstukken heten dan ook inspectiemarsen.

Zulke inspecties kent de huidige krijgsmacht nog voornamelijk bij bezoeken van leden van het eigen vorstenhuis of buitenlandse staats- en regeringshoofden.

Trekt daarentegen een legeronderdeel aan de bevelhebber voorbij, dan wordt een parade of defileermars gespeeld. In tegenstelling tot de inspectiemars is deze mars niet opgedragen aan de commandant maar aan het regiment of onderdeel dat defileert.

 

De taptoe

De taptoe in haar huidige vorm brengt al deze onderdelen van de ontwikkeling van de militaire muziek in een groot muzikaal spektakel samen. Oorspronkelijk ontstaan uit het signaal "retraite" (terugtocht), was het vanaf de legers van Prins Maurits het bevel voor soldaten om zich uit de herberg naar het nachtkwartier te spoeden. De oorspronkelijke taptoe werd gespeeld door tamboers en pijpers of trompet en was niet meer dan een signaal. Als muziek had de taptoe toen nog geen betekenis.

Het Nederlandse woord taptoe of "Doe den tap toe" is door de Engelsen, die onder andere in de 80-jarige oorlog met de Nederlanders samen vochten, overgenomen en leeft nog heden ten dage in de Britse en Amerikaanse militaire muziek voort als "tattoo". Aan het eind van de 18e eeuw krijgt de taptoe, naast het traditionele signaal, ook een rituele betekenis. Na het taptoesignaal komt een stuk gewijde muziek, waarna de ceremonie met het volkslied wordt afgesloten. Zo spelen de Britse regimenten voor het volkslied " God save the Queen" hun eigen regimentsmars.

Als gewijde muziek zijn "God bless the Prince of Wales" en "The Sicillian Verspers" bekend. De Royal Scots Greys speelde voor het Britse volkslied het volkslied van Tsaristisch Rusland ter herinnering dat Tsaar Nicolaas II ere-kolonel van The Greys was geweest. Ook in Duitsland krijgt de taptoe een godsdienstig karakter. Koning Friedrich Wilhelm III is na de slag bij Gross Gorschen op 2 mei 1813 zo onder de indruk van een door de Russen gespeelde taptoe met aanvullend gebed, dat hij op 10 augustus van datzelfde jaar een bevel uitvaardigt waarin ondermeer staat: "in den Feldlagern sollen die vor den Fahnen uws versammelten Trompeter oder Hoboïsten gleich nach beëindigten Zapfenstreiche ein kurzes Abendlied blasen, nach welchem die .... Eskadronen oder kompanien zugleich mit den Wachen das Haupt zum Gebet entblossen...".

 

Het koraal

Dit gebed wordt regelmatig bij Duitse taptoes vertolkt door het koraal "Ich bete an die Macht der Liebe" van de Russische hofkapelmeester D. Bortnjanski.

Ook in Nederland wordt het koraal van Bortnjanski vaak gespeeld. Zuiverder zou het echter zijn om als gewijde muziek een Nederlands muziekstuk ten gehore te brengen, bijvoorbeeld "Wilt heden nu treden" of "Oh heer die daar des hemels tenten spreidt".

In de 20e eeuw groeit de taptoe tenslotte uit tot haar huidige vorm van een groot militair muziek-evenement, waarin sinds de eerste taptoe te Breda ook burgermuziekkorpsen hun medewerking verlenen. Het oorspronkelijke signaal en het spelen van het volkslied zijn, ondanks veranderende tijden, altijd een vast onderdeel gebleven.

Bron: Muziekvaria uitgave 25 d.d. 1992 (oorspronkelijke bron niet achterhaald)